“Wees vrolijk!”

Ter gelegenheid van de heruitgave van de Memoires van Casanova

in de Nederlandse vertaling van Theo Kars.

 

Zoals vermoedelijk ieder scheppend mens word ik met het stijgen der jaren steeds vaker lastig gevallen door de herinnering aan onvoltooide werken. Halve verhalen, niet verfilmde scenario’s, stromingen binnen mijn werk die door omstandigheden nooit tot volle bloei zijn gekomen. Met verbazing en jaloezie kijk ik soms naar de bouwers van een consistent oeuvre. Hoe doen ze het? Hoe houden ze het vol? Dit is hoe de buitenwereld een kunstenaar het liefst ziet: iemand die je direct gelijk kan schakelen met een bepaald soort kunst. En die buitenwereld heeft daarin natuurlijk gelijk: je kan wel aan de gang blijven. Het is in de (kunst-) geschiedenis al druk genoeg.

En toch: het niet willen- en niet kunnen kiezen uit de overvolle snackbar van het leven, daar zit toch ook een zekere logica in. Desalniettemin wordt deze veelvraat niet zelden gekweld door de gedachte dat hij iets niet goed doet. Dat je als mens iets moet worden. Iemand die je nu nog niet bent, maar die beter- en vooral duidelijker geprononceerd is dan de anonieme figuur als wie wij allen geboren worden. Wereldkampioen schaatsen. Hoofd van een afdeling. Een succesvol ondernemer. Niets worden, onbestemd en onbestempeld blijven – het lot van 99% van de mensheid – staat ongeveer gelijk aan falen in het leven.

De memoires van Casanova – recent opnieuw uitgegeven – zijn in essentie het verslag van zo’n gefaald leven. Het verhaal van iemand die, ofschoon bedeeld met een breed scala aan talenten uiteindelijk niemand werd. Sterker nog: het is de vraag of deze memoires ooit geschreven zouden zijn ware hij wel geslaagd in de hierboven beschreven zin.

Dat dit verslag van een mislukking de omvang van zo’n 4000 pagina’s heeft, die bovendien met de levenslust van een jongeling zijn volgeschreven, zet het verhaal onder grote spanning. Slechts af en toe gunt de schrijver ons een blik op zijn actuele heden: een relikwie uit een andere tijd, zijn dagen slijtend in een uithoek van Europa. Alleen nog herinnerd door de mensen die hem in zijn glorietijd hebben gekend. Als hij zijn memoires niet had geschreven, en als die niet door een gelukkig toeval enkele decennia later in handen van een uitgever waren gekomen, hadden we nooit meer van hem gehoord.

Onrust en impulsiviteit tekende zijn leven, en het is dezelfde onrust die ook het tempo van deze memoires bepaald. Er wordt de lezer 4000 pagina’s lang bijna geen adempauze gegund. Altijd zijn er weer nieuwe verlokkingen en vergezichten. Hij schrijft, zo vertelt hij meerdere malen, enkel voor zijn eigen genoegen. Voor het plezier zijn gloriejaren te herbeleven. Omdat het heden en de toekomst hem wat dat betreft weinig meer te bieden heeft. Toch worden de memoires zelden gekleurd door melancholie. Dat is niet alleen te danken aan een stoicijnse levensbeschouwing, maar in belangrijke mate ook een kwestie van karakter.

Alle intelligentie, verbeeldingskracht en sociale vaardigheden terzijde: het grootste talent van Casanova was, zoals hij zelf meerdere malen in de memoires vast stelt, zijn goede humeur. Hij kent tegenslagen, vertwijfeling en liefdesverdriet; maar beleeft ook die emoties zo zintuigelijk en intens dat hij ze als het ware uit zijn gemoed brandt. Waarop verse ambitie hem al snel weer in een uitstekend humeur brengt. Ook bij anderen heeft hij weinig geduld voor geklaag. Als een van zijn minnaressen over haar tegenslagen begint te zeuren spreekt hij haar streng toe: “Wees vrolijk!”

Een kleine twintig jaar geleden kocht ik mijn eerste editie van de memoires. De twaalfdelige uitgave van Athenaeum Polak & van Gennep. In de opruiming. Ik kan me het weer, het tijdstip en de betreffende boekhandel nog levendig herinneren. Ik begon te lezen en ben daar sindsdien niet meer mee opgehouden. Men kan er van alles van vinden, van deze wonderlijke figuur. Een modern mens, dat zeker. Net als wij levend in een wereld die naar alle kanten toe in veelkleurigheid explodeert. (Je moet als levenskunstenaar ook een beetje geluk hebben met de tijd waarin je wordt geboren. Wat dat betreft viel Casanova met zijn neus in de boter.)

Het waren zijn ondoelmatige gretigheid, de behoefte de hele wereld te omhelzen, zijn tanden in alles te zetten die mij tijdens de eerste lezing van het verhaal het meest aangrepen. Ik had iemand ontdekt, 250 jaar mijn senior, die ik als tijdgenoot en geesverwant herkende. Inmiddels reken ik hem tot mijn meest intieme vrienden. Het verhaal van zijn leven is vele dingen. Autobiografie, verdichtsel, levensbeschouwing, avontuur, psychologie. Bovenal, zo leest men vaak, schetst Casanova een ongeëvenaard tijdsbeeld. In gewoontes en gedachten. Het is allemaal waar. Maar meest fascinerend van al is de verteller zelf. Wie was deze man die zozeet de woorden nodig had om te bestaan dat hij in gevangenschap de nagel van zijn wijsvinger liet groeien om er een penpunt van te snijden? Zijn stem en zijn wijze van redeneren gaan in je hoofd zitten. Het was een stem die een publiek nodig had. De aandacht van de zaal.

Wanneer hij richting het einde van de memoires, op weg naar Spanje, in Orleans een avond doorbrengt met een oude geliefde en haar echtgenoot schrijft hij: “Dit terugzien van oude kennissen, deze ogenblikken van verrassing, dit ophalen van oude herinneringen en het daaruit voortvloeiende terugdenken aan oude genietingen, waren toneelvoorstellingen voor mij. Ik had het gevoel dat ik weer de man werd die ik toen was; en ik genoot evenzeer van het vertellen van mijn eigen wederwaardigheden als van het luisteren naar het relaas van degene die ik ontmoette.”

Toen aan het eind van zijn leven die buitenwereld wegviel werd hij zijn eigen publiek.

Een paar eeuwen later vond hij ook een dankbaar publiek in Theo Kars, de vertaler van de Nederlandstalige editie. Ofschoon ik de oorspronkelijke Franse tekst niet heb gelezen, kan ik me moeilijk voorstellen dat die zwieriger, geestiger en levendiger is dan deze vertaling.

Ik vertelde Nathalie vanochtend dat ik de nieuwe editie voor onze knappe zoon Parker had gekocht. En vertelde een aantal dingen die ik hierboven noemde. Iets later liepen we nog even naar de etalage van Atheneaum Boekhandel waar deze nieuwe editie uitgestald lag. Nathalie keek met een zekere vertedering naar de kleurrijke illustraties en grote poster met wervende tekst.

“Wat jammer,” zei ze, “dat hij nooit heeft geweten dat hij nog zo beroemd zou worden.”

 

18062017

Lees verder in Dossier Casanova.

 

De auteur tijdens een bezoek aan Venetië in 2012

Dick Tuinder

Leave a Reply